Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft twee versoepelingen aangebracht op de formele vereisten die gelden bij een voorlopige terugwenteling van een verlies dat is geleden over het jaar 2008. Dat kan voor ondernemers van groot belang zijn.

De inkomstenbelasting en de vennootschapbelasting hebben elk hun eigen regels voor verliesverrekening. Voor belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting gaat het om ondernemingsverliezen als bedoeld in art. 3.148 Wet IB 2001. Voor belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting gaat het om verliezen als bedoeld in art. 20 Wet VPB. Bij belastingplichtigen met een gebroken boekjaar gaat het om verliezen die worden toegerekend aan het jaar 2008. Dat betekent voor belastingplichtigen voor de inkomstenbelasting het boekjaar 2007-2008. Voor belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting zal dat het boekjaar 2008-2009 zijn.


De versoepelingen hebben betrekking op:

  • Een verlies over 2008 kan ook al worden teruggewenteld voordat de aangifte over 2008 is ingediend. Men moet dan wel aannemelijk maken dat een verlies is geleden, bijvoorbeeld aan de hand van een (fiscale) voorlopige jaarrekening.
  • De belastingdienst kan al een voorschot geven op de voorlopige terugwenteling van een verlies, als de definitieve aanslag over het jaar waarnaar kan worden teruggewenteld, nog niet vaststaat, maar wel een voorlopige aanslag over dat jaar beschikbaar is. Er wordt geen voorschot verleend als de aangifte over het verliesjaar al is gedaan en de aanslag over het jaar waarnaar wordt teruggewenteld, op zeer korte termijn definitief wordt vastgesteld.

De bovengenoemde versoepelingen kennen wel voorwaarden, zoals:

  • Er moet een onderbouwd en ondertekend verzoek worden ingediend aan de bevoegde inspecteur. Het besluit bevat een opzet van een verzoek.
  • Ondernemingen die zo’n verzoek indienen, gaan er tevens mee akkoord dat het ontvangen voorschot later wordt ingehouden op het definitieve bedrag van de terugwenteling. Ook stemmen zij er dan mee in dat het te veel ontvangen bedrag met rente onmiddellijk wordt terugbetaald, als de definitieve terugwenteling is vastgesteld.
    Daarnaast gelden de normale regels die van toepassing zijn bij een voorlopige verliesverrekening. Dit houdt onder andere in dat bij de berekening van een voorlopige verliesverrekening het vermoedelijke verlies slechts voor 80% in aanmerking wordt genomen.

De versoepelingen gelden zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting (IB-ondernemers) als voor vennootschaps-belastinglichtige ondernemingen (Vpb-ondernemingen). Bij belastingplichtigen met een gebroken boekjaar gaat het om verliezen die worden verantwoord in de aangifte 2008. Voor IB-ondernemers is dat het boekjaar 2007/2008 en voor Vpb-ondernemingen is dat het boekjaar 2008/2009. Het besluit is op 16 april 2009 in werking getreden, heeft terugwerkende kracht tot en met 8 april 2009 en vervalt met ingang van 1 juli 2010.